De horloges van de Duivelsberg


De horloges van de Duivelsberg
Door Leo ten Hag 
 
Eerder verschenen in "Kleine verhalen" (externe link) onder redactie van Harry van Enckevort.
Het eerste boek over de archeologie van de WO II  van Nijmegen en omstreken,
waarin datgene wat opgegraven is, heel dicht bij de eigen beleving ‘van horen zeggen’ komt.
ISSN 1873 829x 51

De foto's zijn van Paul Klinkenberg en door aanklikken te vergroten.
De zilveren horloges van de Duivelsberg






De zilveren horloges van de Duivelsberg, de linker dateert uit ca. 1930, de rechter uit ca. 1900.
  

 

 


De horloges van de Duivelsberg

Het is 22 september 1944. Tom Beno, commandant van een sectie Amerikaanse parachutisten, deelt aan zijn manschappen horloges uit die op Duitse krijgsgevangenen zijn buitgemaakt. Deze hebben zij nodig om de tijd te bepalen waarop een wachtpost door een van de andere manschappen moet worden afgelost. Yeray Allsup is een van de militairen die van Beno een horloge krijgt en hij zegt daarbij: "Tom, I'm going to keep this watch as long as I live".1
De locatie waar zich dit afspeelt is de bij het Gelderse Beek gelegen Duivelsberg en de parachutisten horen bij de G-compagnie, 508th Parachute Infantry Regiment (PIR), 82th Airborne Division. Deze divisie, onder commando van generaal Gavin, is op 17 september 1944 ten zuidoosten van Nijmegen geland. Het doel is de inname van de op dat moment achter de Duitse linies liggende bruggen bij Grave en bij Nijmegen. Deze zijn onderdeel van Operatie Market Garden, het door Montgomery bedachte plan om de bruggen bij Eindhoven, Nijmegen en Arnhem door luchtlandingstroepen in te laten nemen. Langs deze aldus gevormde corridor zouden grondtroepen optrekken richting Arnhem, de Rijn oversteken en van daaruit afbuigen naar het voor de Duitse oorlogsindustrie belangrijke Roergebied.
Om de brug over de Waal effectief in bezit te krijgen was het noodzakelijk ook de heuvels ten zuidoosten van Nijmegen te veroveren. Wie deze hoogten, waaronder de Duivelsberg, beheerste had ook de controle over de weg van die van het Duitse Wyler via Beek naar Nijmegen liep. Nadat de eerste geallieerde troepen op 17 september Nijmegen hadden bereikt voerden de Duitsers langs deze weg nog versterkingen aan voor de verdediging van de zuidelijke oprit van de Waalbrug.
Op 19 september kreeg luitenant John Foley van de A-compagnie, 508e PIR, de opdracht om 'at all cost' Hill 75.9 (de Duivelsberg) te veroveren. Uitsnede van Amerikaans kaartmateriaal met in het midden bij de pijl de locatie van de DuivelsbergDit lukte, maar zijn compagnie, versterkt met manschappen van de G-compagnie, raakte omsingeld en kreeg gedurende een aantal dagen te maken met felle Duitse tegenaanvallen. In de nacht van 22 op 23 september hoorde Allsup onder aan de voet van de heuvel geluiden die wezen op een nieuwe Duitse tegenaanval. Hij pakte daarop zijn van Beno gekregen horloge en wierp het in de richting van de Duitsers met de woorden: "If you want the damn watch so bad take it". In zijn gevechtsrapport schrijft Beno hierover: "The guys at earshot had some laughs and made some bright remarks over the incident. It was the kind of comic situation that helped us get through those trying times".2

Links: Uitsnede van Amerikaans kaartmateriaal met in het midden bij de pijl de locatie van de Duivelsberg

De Amerikanen wisten vijf dagen stand te houden totdat de omsingeling werd doorbroken, waarna de Duivelsberg binnen het door de geallieerden veroverde gebied kwam te liggen. Tot februari 1945 bleef het deel uitmaken van de frontlinie.
Na de oorlog werd er nog een keer strijd gevoerd om de Duivelsberg, zij het nu met politieke middelen. Het was eeuwen lang Pruisisch, later Duits gebied geweest. Als compensatie voor de geleden oorlogsschade eiste de Nederlandse regering een aantal gebieden op, waaronder de Duivelsberg. De meeste van deze gebieden werden na verloop van tijd weer teruggeven, maar de Duivelsberg bleef Nederlands.
In 1970 werd door over de Duivelsberg een natuurroute (N70) aangelegd. In de beschrijving van deze wandeltocht werd met geen woord gerept over de Duivelsberg als strijdtoneel. Genieten van de natuur stond voorop. De lokale bevolking wist natuurlijk wel van de gevechten die hier in de septemberdagen van 1944 hadden plaatsgevonden. En schooljongens liepen op de vrije woensdagmiddagen door het terrein en zagen de restanten van schuttersputten en loopgraven. Een van hen was Roeland Hilgers, opgegroeid in Beek-Ubbergen.



Roeland: "Reeds op 10 jarige leeftijd kwam ik in aanraking met wat men nu Tweede Wereldoorlog Archeologie noemt, dat was in 1974. Op de geploegde akkers rondom het Wylermeer vonden wij diverse restanten van het oorlogsgeweld uit 1944 en 1945. Mijn interesse was gewekt en een hobby voor het leven was geboren.
Ik verslond alle boeken die ik kon vinden over de oorlog in regio Nijmegen-Arnhem. In 1977 kwam het boek Sterren van de Hemel van Norbert de Groot uit met daarin onder andere een uitgebreid verhaal over de strijd op de Duivelsberg in september 1944.3
Wij wisten als jonge jongens al wel dat er in dit gebied gevochten was en hadden ook al de sporen daarvan in het landschap ontdekt tijdens onze tochten op woensdagmiddag door de bossen. De details over de strijd op de Duivelsberg van de A-compagnie van het 508th regiment waren mij nog onbekend en maakten op mij een diepe indruk. Het feit dat zoín 100 dappere Amerikaanse parachutisten op 'onze' Duivelsberg vijf dagen omsingeld zijn geweest en diverse Duitse aanvallen hebben weerstaan heeft mij nooit meer losgelaten. Ik heb toen in 1978 als 14-jarige mijn spaarvarken kapot geslagen en een heel eenvoudige metaaldetector aangeschaft. Ik ging enthousiast op zoek naar de resten van deze heroïsche strijd op de Duivelsberg.

Een van de meest bijzondere vondsten destijds waren twee zilveren zakhorloges. Eentje lag op de rand van een schuttersput aan de rand van de noordwest helling van de Duivelsberg. Het gaat hier om Amerikaanse schuttersputten gegraven door de A-Compagnie (508th regiment). Ook is hier nog meer Amerikaanse uitrusting gevonden wat onderschrijft dat dit horloge waarschijnlijk verloren is door een para van het 508th. Het andere horloge is een paar honderd meter naar het oosten gevonden tussen een aantal schuttersputten. In dit gebied is niet alleen Amerikaans maar ook Engels/Canadees materiaal gevonden. Dit maakt de herkomst van het tweede horloge wat meer onzeker.
Ik heb mij al die jaren vaak afgevraagd hoe de horloges in het bezit zijn gekomen van de eigenaar. Roland Hilgers met de gevonden horloges, staande in een dichtgegooide schuttersputHeeft een jonge Amerikaanse parachutist [of een Duitse soldaat] er een gekregen van zijn vader of grootvader voor dat hij van huis vertrok de oorlog in, als een soort talisman? Of misschien gewonnen met kaarten? [Er werd veel gegokt door de Amerikanen met name door de stress van komende operaties en de angst deze niet te overleven]. Of is er een horloge door plundering in Normandië of Nederland van eigenaar verwisseld? Of misschien door een para gepikt van een gevangen genomen of gesneuvelde Duitser? Ik vermoed dat we er nooit achter zullen komen."

 

Links: Roland Hilgers met de gevonden horloges, staande in een dichtgegooide schuttersput op de duivelsberg

 

De laatste tijd is er een groeiende belangstelling voor sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Het wetenschappelijk onderzoek hiernaar is een snel groeiende tak van de archeologie. Ook amateurarcheologen (of vrijwilligers in de archeologie) zijn geïnteresseerd in oorlogsresten. Helaas zijn het vaak nog zogenoemde metaaldetectoramateurs die, zonder oog voor de context, zich richten op losse vondsten. Maar er wordt door een aantal amateurs ook meer systematisch onderzoek gedaan, waarbij vondstregistratie plaatsvindt. Zo heeft de AWN Vereniging van vrijwilligers in de archeologie, afdeling Nijmegen e.o. in 2013 een Werkgroep Archeologie van de Tweede Wereldoorlog opgericht. Deze Werkgroep doet structureel onderzoek naar sporen van strijd in het gebied van de Wylerberg (waaronder de Duivelsberg) tot en met de St. Jansberg bij het Limburgse Plasmolen. Het is een inventariserend veldonderzoek, waarbij sporen worden geregistreerd, omschreven en in kaart gebracht. Het doel is om te komen tot een reconstructie van het gebied zoals dit door oorlogshandelingen is veranderd. Het gaat dan niet alleen over de schuttersputten, loopgraven, e.d. en de ligging daarvan, maar ook over de ten gevolge van gevechtshandelingen beschadigde en vernielde gebouwen. De na de oorlog volgens de zogeheten 'wederopbouwarchitectuur' opgetrokken woningen/gebouwen krijgen eveneens aandacht. Ook schenkt de Werkgroep aandacht aan de oral history, de verhalen die de mensen in de regio kunnen vertellen over de gebeurtenissen tijdens de Wereldoorlog. Bovenstaand verhaal is daar een voorbeeld van. Door middel van publicaties, het geven van lezingen en het organiseren van evenementen wil de Werkgroep aandacht vestigen op het belang van dit voor de oorlogsgeschiedenis van Nijmegen e.o. belangrijke, maar zeer kwetsbare bodemarchief.4

Literatuur

Boroughs, Z., 2013: The 508th Connection, Bloomington.

Groot, N. de, 1984: Als sterren van de hemel. De oorlog in het Rijk van Nijmegen 1944, Weesp (1e druk 1977).

Bijschriften

Uitsnede van een Amerikaanse kaart met in het midden de locatie van de Duivelsberg.

Roeland Hilgers met de gevonden horloges, staande in een dicht gegooide schuttersput op de Duivelsberg. Foto: Paul Klinkenberg

De zilveren horloges van de Duivelsberg. Foto: Paul Klinkenberg

1 Boroughs 2013, 276.
2 Ibidem.
3 De Groot 1977.
4 Meer informatie over de AWN Werkgroep Archeologie van de Tweede Wereldoorlog is te vinden in het Jaarverslag 2013 van de AWN (te raadplegen via www.awnregionijmegen.nl




Deel deze pagina:

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn